Het inspectiebereik wordt vooraf vastgesteld
Een inspectie omvat niet automatisch ieder elektrisch onderdeel op een locatie. Vooraf wordt bepaald welke gebouwen, ruimten, verdeelinrichtingen, installatiedelen en vormen van elektrisch materieel tot de opdracht behoren. Die afbakening noemen we het inspectiebereik.
Een duidelijke afbakening voorkomt verkeerde verwachtingen en maakt zichtbaar waarop de conclusies uit het rapport wel en niet betrekking hebben. Het inspectiebereik en relevante beperkingen horen daarom in de opdracht en rapportage herkenbaar te zijn. Een niet-beoordeeld onderdeel is daarmee niet automatisch veilig of onveilig; het valt buiten de conclusie van de uitgevoerde inspectie.
Wat kan binnen Scope 8 PI vallen?
Een Scope 8 PI-inspectie beoordeelt elektrische veiligheidsrisico's van een bestaande laagspanningsinstallatie op basis van NEN 3140 en de toepasselijke SCIOS-voorschriften. Binnen het afgesproken bereik kunnen onder meer aan de orde komen:
- hoofd- en onderverdeelinrichtingen;
- eindgroepen, beveiligingen en aardlekbeveiligingen;
- aarding, vereffening en beschermingsleidingen;
- bekabeling, aansluitingen en aangesloten installatiedelen;
- visueel waarneembare gebreken en relevante metingen of beproevingen;
- de invloed van gebruik en omgevingsomstandigheden.
Welke controles precies worden uitgevoerd, volgt uit de installatie, het inspectieplan en het vastgestelde bereik. Waar de voorschriften dit toestaan en het verantwoord is, kan met steekproeven worden gewerkt.
Wat kan binnen Scope 10 vallen?
Een Scope 10-inspectie beoordeelt het brandrisico van elektrisch materieel volgens NTA 8220 en de toepasselijke SCIOS-voorschriften. Afhankelijk van het bereik worden elektrisch materieel, gebruik, belasting en omgevingsinvloeden in samenhang beoordeeld.
Daarbij kunnen bijvoorbeeld verdeel- en besturingskasten, verbindingen, aansluitingen, beveiligingen, zichtbare beschadiging, vervuiling en aanwijzingen voor ongewenste warmteontwikkeling worden beoordeeld. Thermografie wordt toegepast voor zover dit volgens het inspectieplan van toepassing, veilig uitvoerbaar en onder geschikte belasting mogelijk is.
Wat is niet automatisch inbegrepen?
- Elektrische arbeidsmiddelen: een Scope 8 PI-opdracht voor de installatie omvat niet automatisch alle losse of verplaatsbare arbeidsmiddelen. Daarvoor kan een afzonderlijke inventarisatie en inspectieopdracht nodig zijn.
- Een volledige PV-inspectie: thermografie of beoordeling van relevante aansluitingen binnen Scope 10 vervangt geen eventuele volledige Scope 12-inspectie van een zonnestroominstallatie.
- Nieuwe of gewijzigde delen: daarvoor kan vóór ingebruikname een initiële inspectie en beproeving volgens de toepasselijke bepalingen van NEN 1010 nodig zijn.
- Midden- of hoogspanning: installaties buiten het laagspanningsbereik vragen een passend afzonderlijk inspectiekader.
- Herstel en onderhoud: constateringen worden gerapporteerd; herstelwerkzaamheden zijn geen automatisch onderdeel van de onafhankelijke inspectie.
- Niet toegankelijke of niet beoordeelbare delen: afgesloten ruimten, ontbrekende toegang, uitgeschakelde apparatuur of onvoldoende representatieve belasting kunnen het uitvoerbare bereik beperken.
Let op: een rapport zegt alleen iets over het vastgelegde inspectiebereik en de omstandigheden waaronder de inspectie is uitgevoerd. Trek de conclusie niet automatisch door naar uitgesloten of niet beoordeelde delen.
Welke informatie bepaalt het bereik?
- de inspectievraag uit een polis, contract, risicoanalyse of interne opdracht;
- adres, gebouwen, huur- of bedrijfsdelen en technische ruimten;
- tekeningen, groepsverklaringen en eerdere inspectierapporten;
- de aanwezige verdeelinrichtingen, machines en bijzondere installaties;
- wijzigingen sinds een vorige inspectie;
- toegang, bedrijfscondities en mogelijke veiligheidsbeperkingen.
Laat bij twijfel vóór de offerte vastleggen welke onderdelen worden meegenomen. Dat voorkomt dat verschillende betrokkenen later een ander beeld hebben van wat is geïnspecteerd.