Een wijziging kan meer dan één inspectievraag opleveren

Een nieuwe verdeelinrichting, extra eindgroepen, een laadvoorziening, gewijzigde machineaansluiting of verbouwing kan gevolgen hebben voor de elektrische installatie. Welke inspectie nodig is, hangt af van wat is aangelegd of gewijzigd, het moment van ingebruikname, de bestaande installatie en eventuele eisen van een opdrachtgever, verzekeraar of bevoegd gezag.

NEN 1010, Scope 8 PI en Scope 10 hebben ieder een ander doel. De ene inspectie vervangt de andere daarom niet automatisch.

Nieuwe of gewijzigde delen: NEN 1010 vóór ingebruikname

Nieuwe laagspanningsinstallaties en nieuwe of gewijzigde delen van bestaande installaties moeten vóór ingebruikname worden geïnspecteerd en beproefd volgens de voor de opdracht toepasselijke bepalingen van NEN 1010.

De inspectie richt zich op het aangelegde of gewijzigde deel en de relevante invloed daarvan op de bestaande installatie. Of een aanvullende onafhankelijke NEN 1010-inspectie nodig is, hangt onder meer af van de opdracht, contractuele afspraken, verzekeringsvoorwaarden en eventuele eisen van het bevoegd gezag. Een wijziging betekent niet automatisch dat de volledige bestaande installatie aan de nieuwste normeditie moet worden getoetst; de toepasselijke bepalingen en editie worden per opdracht vastgesteld.

Na ingebruikname: veilige bedrijfsvoering en Scope 8 PI

Zodra een installatie in gebruik is, moeten de veilige toestand en bedrijfsvoering worden beheerst. Een Scope 8 PI-inspectie, op basis van NEN 3140 en de toepasselijke SCIOS-voorschriften, kan onderdeel zijn van die periodieke beheersing.

Scope 8 PI is geen vervanging voor de initiële inspectie en beproeving van nieuw of gewijzigd werk. Andersom zegt een opleveringsinspectie niet dat de installatie daarna zonder periodieke beoordeling of ander beheer kan blijven.

Scope 10 heeft een ander doel

Een Scope 10-inspectie beoordeelt het brandrisico van elektrisch materieel volgens NTA 8220 en de toepasselijke SCIOS-voorschriften. Een wijziging in gebruik, belasting, elektrisch materieel of omgevingsomstandigheden kan aanleiding zijn om het bestaande inspectiebereik of de planning opnieuw te bekijken.

Scope 10 toetst niet of nieuw werk volledig aan alle toepasselijke installatiebepalingen van NEN 1010 voldoet. Het blijft een afzonderlijke brandrisico-inspectie.

Korte beslisroute per situatie

Nieuwe installatie of nieuw installatiedeel

Laat vóór ingebruikname de vereiste initiële inspectie en beproeving uitvoeren volgens de voor de opdracht toepasselijke bepalingen van NEN 1010. Verzamel ontwerp-, aanleg- en meetgegevens.

Uitbreiding of wijziging van een bestaande installatie

Bepaal exact welk deel is gewijzigd en welke invloed dit heeft op bestaande beveiligingen, belasting, aarding en andere relevante delen. Laat het nieuwe of gewijzigde werk vóór ingebruikname passend inspecteren en beproeven.

Bestaande installatie met een periodieke Scope 8-verplichting

De wijziging kan aanleiding zijn om tekeningen, risicoanalyse, inspectiebereik en termijn bij te werken. Controleer wat de eerdere rapportage en eventuele polis- of contractvoorwaarden voorschrijven.

Veranderd gebruik of hogere belasting

Nieuwe machines, laadpunten, warmtepompen, productieprocessen of andere belastingen kunnen de installatie anders belasten. Beoordeel zowel de wijziging zelf als de mogelijke gevolgen voor de veilige bedrijfsvoering en het brandrisico.

Onduidelijke eis van een derde

Vraag de opdrachtgever, verzekeraar of adviseur om de gewenste inspectie, norm, scope, locatie en termijn schriftelijk te specificeren. Gebruik “elektrakeuring” niet als voldoende afbakening.

Belangrijk: laat niet alleen de naam van een norm of scope leidend zijn. Eerst moet duidelijk zijn wat is gewijzigd, welk deel wordt beoordeeld en met welk doel.

Deze informatie helpt bij de keuze

  • tekeningen en groepenoverzichten vóór en na de wijziging;
  • omschrijving van nieuwe verdeelinrichtingen, groepen, machines of aansluitingen;
  • meet- en oplevergegevens van de installateur;
  • datum en beoogd moment van ingebruikname;
  • eerdere Scope 8-, Scope 10- of andere inspectierapporten;
  • gewijzigd gebruik, vermogen, bedrijfsproces of omgevingsomstandigheden;
  • een relevante polisclausule, opdracht- of contracteis.

Lees ook het algemene verschil tussen NEN 1010 en NEN 3140.