De inspectieduur hangt af van de locatie en opdracht

Voor een Scope 8 PI-inspectie of Scope 10-inspectie bestaat geen betrouwbare standaardduur die voor ieder gebouw geldt. De benodigde tijd volgt uit het afgesproken inspectiebereik, de omvang en complexiteit van de installatie en de omstandigheden op locatie.

Een kleine, goed gedocumenteerde installatie met toegankelijke verdeelinrichtingen vraagt een andere planning dan een locatie met meerdere gebouwen, veel onderverdelers, kritieke processen of beperkte toegang. Daarom wordt de duur vooraf ingeschat op basis van concrete locatiegegevens. De werkelijke duur kan veranderen door ontbrekende documentatie, beperkte toegang, onvoldoende representatieve belasting of bevindingen die tijdens de inspectie nader moeten worden beoordeeld.

Welke factoren bepalen de planning?

  • de gekozen inspectie: Scope 8 PI, Scope 10 of beide tijdens één bezoek;
  • het aantal gebouwen, verdeelinrichtingen, eindgroepen en relevante regel- of besturingskasten;
  • de bereikbaarheid en toegankelijkheid van installatiedelen;
  • de beschikbaarheid van tekeningen, groepsverklaringen en eerdere rapportage;
  • het gebruik van de locatie en de momenten waarop installatiedelen beschikbaar zijn;
  • het vastgestelde inspectiebereik, eventuele beperkingen en toegestane steekproeven;
  • de mogelijkheid om noodzakelijke metingen en beproevingen veilig uit te voeren.

Praktisch: deel vooraf de locatieomvang, het aantal verdeelinrichtingen, bedrijfsuren, kritieke processen en beschikbare documentatie. Daarmee kan het bezoek realistischer worden ingepland.

Moet de stroom tijdens de inspectie worden uitgeschakeld?

Niet iedere inspectie vraagt om één volledige stroomonderbreking. Bepaalde metingen, beproevingen of het veilig toegankelijk maken van installatiedelen kunnen echter een tijdelijke uitschakeling of andere operationele maatregel nodig maken. Of dat zo is, hangt af van de inspectiemethode, de installatie, de bedrijfsvoering en wat veilig uitvoerbaar is.

Een eventuele onderbreking wordt vooraf afgestemd met de verantwoordelijke contactpersoon. Kritieke processen, noodvoorzieningen, machines, servers en andere gevoelige installatiedelen moeten daarbij expliciet worden besproken. De inspecteur schakelt niet zonder afstemming onderdelen uit.

Scope 8 en Scope 10 vragen een andere voorbereiding

Scope 8 PI

Scope 8 PI beoordeelt elektrische veiligheidsrisico's van een bestaande laagspanningsinstallatie op basis van NEN 3140 en de toepasselijke SCIOS-voorschriften. Visuele controles, metingen en beproevingen kunnen verschillende bedrijfscondities of tijdelijke onderbrekingen vragen.

Scope 10

Scope 10 beoordeelt het brandrisico van elektrisch materieel volgens NTA 8220 en de toepasselijke SCIOS-voorschriften. Thermografie wordt toegepast voor zover dit volgens het inspectieplan van toepassing en veilig uitvoerbaar is. Relevante delen van het elektrisch materieel moeten daarvoor voldoende en zo representatief mogelijk zijn belast.

Combi-keuring

Bij een combi-keuring worden twee afzonderlijke inspecties tijdens hetzelfde locatiebezoek gepland. Dat kan praktisch zijn, maar het inspectiebereik, de werkzaamheden en de rapportage blijven per scope afzonderlijk.

Zo beperk je onnodige bedrijfshinder

  • wijs één contactpersoon aan die de installatie en bedrijfsprocessen kent;
  • zorg dat technische ruimten en verdeelinrichtingen bereikbaar zijn;
  • markeer processen die niet onverwacht mogen worden onderbroken;
  • spreek mogelijke schakelmomenten en veiligheidsmaatregelen vooraf af;
  • zorg bij Scope 10 waar mogelijk voor representatieve belasting;
  • meld wijzigingen, storingen en bijzondere omstandigheden vóór het bezoek.

Gebruik ook de volledige checklist voor het voorbereiden van een SCIOS-inspectie.